Gedichten

De Zegewagen

Het was een avond als zovele,
maar werkelijkheid was schijn
jij kwam een tijding
met me delen,

van Job en voor de rest de pijn.
Ik bleef steeds in je ogen staren
als was ik op vertrouwd terrein
en praatte maar
om de grenzen te ontwaren
waarbinnen mijn gevoel
nog dragelijk kon zijn.

Trek eens de kaart voor hem
was toen je laatste vraag,
die snijdend door mijn leden ging.
Ik legde kaarten een voor een
van Heremiet tot dwaas
van duivel en ook keizerin
Legde het kruis
en sprak: ' zul je geloven bij de tien?'
Je zei: 'Ik ben afvallige, maar och. misschien.'
Toen viel, juist omgekeerd, de Zegewagen,
maar zelfs dit oordeel kon ik niet verdragen.


 

Melkman

Bij ons in de wijk
kwam vroeger een melkman
en die heette eenvoudigweg Piet.

Het was in de tijd
vlak na de oorlog.
de Duitsers lustte men niet
Hij reed op een bakfiets
met trappers en voor nood
nog de handrem net als
de bezorger van ons dagelijks brood.

Die laatste had ergens een liefje
op het plein achter donkere ruiten.
Maar de melkman Piet
die telde zijn duiten
en zag de hartstocht niet.